
Griekenland in de Europese
Unie
Oppervlakte |
132.000
km² |
Bevolking |
10,9
milijoen |
Hoofdstad |
Athene |
Taal |
Grieks |
Munteenheid |
Euro |
Nationale feestdag |
25
maart (onafhankelijkheid in 1821) |
Staadshoofd |
President
Karolos Papoulias |
Eerste
Minister |
Costas
Karamanlis |
Minster
van buitenlandse zaken |
Petros
Molyviatis |
Binnenlandse politiek
De
Helleense Republiek is een parlementaire democratie met een president
als staatshoofd onder de huidige grondwet van 1975. Het heeft
een een-kamerparlement (Vouli ton Ekion) met 300 leden die via
een rechtstreekse volksstemming voor een termijn van vier jaar
verkozen worden. 12 zetels gaan naar staatssecretarissen. Dit
betekent extra zetels voor de grootste partij. De president wordt
door het parlement gekozen voor een termijn van vijf jaar. De
regering wordt door de president aangeduid maar ze kan door het
parlement afgezet worden. De huidige regering onder leiding van
Eerste Minister Costas Karamanlis, werd in maart 2004 gekozen.
Buitenlandse politiek
In
1981 werd Griekenland lid van de Europese Unie en het had het
voorzitterschap over de EU van januari tot juni 2003. Griekenland
is al sinds 1952 lid van de NATO maar het schortte zijn medewerking
tussen 1974 en 1979 op uit protest tegen de Turkse invasie van
Cyprus. In december 1999 ondersteunde Griekenland de kandidatuur
van Turkije voor EU lidmaatschap. Griekenland blijft onverminderd
verder zoeken naar een oplossing voor de Turkse bezetting van
een deel van Cyprus. Het doet dit zowel binnen de EU als de Verenigde
Naties.
Economie
De
voornaamste sectoren van de Griekse economie zijn toerisme, transport
en het bankwezen. Industriële goederen (voeding, chemicaliën,
technologie en telecommunicatie) zijn goed voor ongeveer 23% van
het nationale inkomen. De landbouw vertegenwoordigt 8% van het
BNP. In de voorbije jaren heeft de Griekse regering zwaar geïnvesteerd
in de Olympische Spelen die zeer succesvol plaats vonden in augustus
2004.
Administratieve opdeling
Griekenland
is onderverdeeld in 13 administratieve delen die “Peripheries”
of districten genoemd worden:
•
Anatoliki Makedonia & Thraki (oost Macedonië en Tracië)
• Kentriki Makedonia (centraal Macedonië)
• Dytiki Macedonia (west Macedonië)
• Ipiros (Epirus)
• Thesslia (Thessalië)
• Ionia Nissia (de Ionische eilanden)
• Sterea Ellada (centraal Griekenland)
• Attiki (Attica)
• Peloponissos (Peloponnesus)
• Vorio Egeo (noordelijke Egeïsche Zee)
• Notio Egeo (zuidelijke Egeïsche Zee)
• Kriti (het eiland Kreta)

Het
volgende administratieve niveau zijn de “Nomi” of
prefecturen. In totaal zijn er 51 Nomi en een territoriale onderverdeling
onder zelfbestuur (Aigon Oros op de Athos berg).
Lokale
gemeenschappen worden “Dimos’ (stad) of “Kinotita”
(gemeente) genoemd. In totaal zijn er 900 dimi en 133 kinotites.

|