De
Oude Agora
Geschiedenis
De
Agora (markt of verzamelplaats) was het hart van het oude Athene,
de focus van het politieke, zakelijke, administratieve en sociale
leven, het godsdienstige en culturele centrum en de zetel van
de justitie. De plaats werd ononderbroken bewoond gedurende de
geschiedenis van de stad. Al in de late Neolithische tijd (3.000
VC) werd het gebied als woonplaats en als kerkhof gebruikt. In
het begin van de zesde eeuw VC, de tijd van Solon, werd de Agora
een publieke plaats.
Na
een reeks herstellingen en aanpassingen, kreeg het in de twee
eeuw VC zijn uiteindelijke rechthoekige vorm. Er werd uitgebreid
gebouwd na de ernstige schade aangericht door de Perzen in 480-79
VC, de Romeinen in 89 VC en de Heruliërs in 267 AD en na
de inval van de Slaven in 580 AD, werd het gebied langzaam verlaten.
De Agora werd opnieuw een residentieel gebied vanaf de Byzantijnse
periode tot na 1834, toen Athene de hoofdstad van het onafhankelijke
Griekenland werd.
De
eerste opgravingen werden tussen 1859 en 1912 uitgevoerd door
de Griekse Archeologische Vereniging alsook door het Duits Archeologisch
Instituut tussen 1896 en 1897. In 1890 bracht een diepe greppel,
die voor de Athene-Piraeus spoorweg gegraven was, grote resten
van oude gebouwen aan het licht. In 1931 begon de Amerikaanse
School voor Klassieke Studies, met de financiële hulp van
J. Rockefeller, systematische opgravingen die tien jaar duurden.
Het werk werd terug opgenomen in 1945 en het zet zich nu nog steeds
voort. Om de ganse Agora zichtbaar te maken, moesten 400 huizen,
winkels en kantoren op een totale oppervlakte van 12 hectaren
verdwijnen.
In
de 19e eeuw werden de vier reusachtige figuren van reuzen en Tritons
van de voorgevel van het gymnasium door de Griekse Archeologische
Vereniging gerestaureerd. Tussen 1953 en 1956 werd de Stoa van
Attalos gereconstrueerd, nu het Agora museum, door de Amerikaanse
School voor Klassieke Studies die in dezelfde periode ook de Aghii
Apostiloi, de Byzantijnse kerk die rond 1000 AD gebouwd werd,
gerestaureerde en de begroeiing in het gebied verwijderde. Het
dak van de tempel van Hephaistos werd door de Archeologische Dienst
in 1978 hersteld.
Openingsuren en toegang
Monastiraki - Thissio
Monastiraki 
De
Oude Agora – vroeger
De
Agora, gelegen aan de noordwestelijke zijde van de Akropolis,
was het burgerlijke en zakelijke centrum van het oude Athene.
Op geen gewone dag zorgden burgers, die winkelden of deelnamen
aan verschillende politieke activiteiten, voor veel verkeer.
Deze
burgers waren hoofdzakelijk mannen met uitzondering van de vrouwen
van lagere klasse die hun familie moesten helpen in hun levensonderhoud.
Ze voerden nederige taken uit (water halen van één
van de twee waterhuizen) samen met de vrouwelijke slaven van de
rijkere families. Uit vrees voor verdorvenheid lieten aristocratische
families hun zonen vaak de Agora niet bezoeken tot ze jonge mannen
waren. Doelloos rondhangen in de Agora werd beschouwd als een
teken van slecht karakter. 
Noordwest
zijde
De foto geeft de noordwest zijde van de Oude Agora weer zoals
die nu is. De nummers op de foto verwijzen naar de gebouwen die
er stonden en die hieronder vermeld zijn:
1.
Stoa van Zeus Eleutherios
2. Tempel van Apollo Patroos
3. Tempel van Hephaestus.
4. Tempel van Cybele, de moeder godin (Metroon – de oude
Bouleterion
5. Bouleuterion
6. Tholos 
Noordwest
zijde – vroeger
Deze
foto toont een reconstructie van dezelfde noordwest zijde van
de Agora:
1.
Stoa van Zeus Eleutherios
2. Tempel van Apollo Patroos
3. Tempel van Hephaestus.
4. Tempel van Cybele, de moeder godin (Metroon – de oude
Bouleterion
5. Bouleuterion
6. Tholos 
Zuidzijde
– vroeger
De
foto geeft je een goed idee hoe de zuidkant van de Oude Agora
er vroeger uitzag:
1.
Tholos
2. Middelste Stoa
3. Zuidwestelijk waterhuis
4. Heliaea of gerechtsgebouw
5. Zuidelijke Stoa
6. Zuidoostelijk waterhuis
7. Munt 
Tempel
van Apollo Patroos
De
tempel, opgedragen aan Apollo, werd gebouwd tussen 340 en 320
VC. Het was een kleine tempel gebouwd in Ionische stijl en zijn
naam Patroos, wat vader betekent, verwijst naar de god Apollo
die vereerd werd als stichter van de Ionische natie. Het beeld
van Apollo stond in de cella (voornaamste ruimte) van de tempel
en het was gemaakt door Euphranor.
Onder
deze tempel bevinden zich de fundamenten van een kleinere, gelijkaardige,
tempel van Apollo (6e eeuw VC). De vroegere tempel werd waarschijnlijk
door de Perzen verwoest in 480-79 VC. 
Tempel
van Cybele (Metroon)
In
de reconstructie zie je de Metroon (2) net voor de nieuwe Bouleuterion
(3) en naast de Tholos (4). Let op de tempel van Hepaistos (1)
in de achtergrond. Tot het einde van de vijfde eeuw diende de
Metroon als vergaderplaats voor de Raad van 500 (Boule) maar toen
een nieuwe Bouleuterion er net achter werd gebouwd, kreeg de oude
de bestemming van heiligdom van de moeder godin Cybele, al zeggen
sommige bronnen van Demeter. 
Tempel van Hephaistos
Deze
tempel, ook gekend als Theseion, is Dorisch en aan de rand van
de Agora. Hij staat op de heuvel van Kolonos Agoraios en het is
het meest prominente en bestbewaarde monument van de Agora.
Deze
tempel was opgedragen aan twee goden, Hephaistos en Athena, wiens
bronzen beelden binnenin stonden. Er wordt ook wel geopperd dat
de tempel opgedragen was aan Eukleia (Artemis). De tempel was
rijkelijk versierd. De bouw van het Hephaisteion startte in 449
VC. Plantkuilen uit de 3de eeuw VC tonen aan dat de omgeving volledig
aangelegd was. In de 7de eeuw AD werd de tempel omgevormd tot
een katholieke kerk.
De
tempel heeft een eigenaardige opstelling, meer bepaald is de oostelijke
portiek gericht op de derde kolommen van de zijkanten. Net als
in het Parthenon werd de Dorische fries boven de portiek vervangen
door een doorlopende Ionische fries. Het gebouw is bijna geheel
uit Pentelisch marmer afgezien van de laagste van de drie treden,
die uit kalksteen is. Dit is de enige tempel in Griekenland die
nog een dak heeft. 
Stoa
van Zeus Eleutherios
Deze
Stoa was opgedragen aan Zeus Eleutherios (Vrijheid), een cultus
die opgericht werd na de Perzische
Oorlogen. Het was ongebruikelijk
dat een godsdienstig gebouw de vorm van een Stoa had eerder dan
deze van een tempel en is het, gezien zijn ligging, waarschijnlijk
dat het gebouw ook diende voor burgerlijke zaken. Het is mogelijk
een verwezenlijking van Mneskles, de architect van de Propylaea
op de Akropolis.
Het
dak was, net als deze van de tempels, versierd met beelden (acroteria)
waarvan minstens eentje dat van een gevleugelde Niki was. Het
staat nu in de Stoa van Attalus. Deze Stoa was ook een eerbetoon
aan de democratie. In het gebouw hingen schilderijen van de 12
goden en van Theseus, de legendarische koning, waar de Atheners
(verkeerdelijk) van geloofden dat hij de oprichter van de democratie
was. In de vierde eeuw werden er een aantal schilderijen opgehangen
die Atheense overwinningen weergaven. Plato vernoemt deze Stoa
als een geliefkoosde rustplaats waar je kon zitten en met vrienden
kon spreken. 
De
geschilderde Stoa
De
geschilderde Stoa, of Stoa Poikile, lag op een kruispunt met
de Panatheense weg, net tegenover de Koninklijke Stoa (Stoa
Basileios) aan de buitenste noordkant van de Agora.
Het
kreeg zijn naam door de muurschilderingen die grote Atheens
militaire overwinningen weergaven (als deze van de slag bij
Marathon). Deze schilderingen waren het werk van befaamde
Atheense kunstenaars. Veldslagtrofeeën, als Spartaanse
schilden afgenomen door de Atheners bij Pylos in 425-24, werden
ook aan de muur van de geschilderde Stoa opgehangen. 
De
Koninklijke Stoa
De
Koninklijke Stoa stond aan de noordelijke grens van de Agora,
nabij de Panatheense weg en naast de huidige spoorweg. De
tekening geeft de reconstructie weer van de Koninklijke Stoa,
of Stoa Basileios, het hoofdkwartier van de Koning Archon
die verantwoordelijk was voor godsdienstige zaken, inclusief
moorden. Het beeld voor het gebouw is, dat van Themis (gerechtigheid).
Het stond in de noordwest hoek van de Agora. Het was voor
dit gebouw dat Socrates een gesprek had met Euthyphro, een
gesprek dat Plata deed herleven in zijn Euthyphro. In dit
gebouw werd Socrates ook ambtshalve en in aanwezigheid van
Koning Archon, door Meletus beschuldigd van goddeloosheid.
Kopieën van de stadswetten werden in deze Stoa bewaard.
De
noordwestelijke hoek van de Agora, waar de Koninklijke Stoa
stond, was gekend als de Herms omwille van het groot aantal
Herms die hier stonden. Herms waren bustes van Hermes bovenop
een vierkante bronzen of marmeren pilaar met mannelijke genitaliën
bevestigd aan de voorkant van de pilaar. Ze kwamen veel voor
in publieke plaatsen alsook voor woningen omdat men geloofde
dat ze de woning en de stad beschermden. In 415 VC ontstond
een schandaal toen vandalen Herms in Athene vernielden, mogelijk
die in de noordwestelijke hoek van de Agora. Dit voorval was
een van de factoren die leidden tot de uitwijzing van Alcibiades. 
De
Stoa van Attalos
De
Stoa van Attalos, aan de oostkant, een geschenk in de 2e eeuw
van een Pergamaanse koning die in Athene gestudeerd had, werd
door de Amerikaanse School voor Klassieke Studies gereconstrueerd
en geeft nu onderdak aan het museum van de Oude Agora. Een
inscriptie op de gevellijst maakte duidelijk dat het gebouwd
was door Attalos II, heerser van Pergamon van 159 tot 138
VC. Het gebouw is van bijzonder belang in de studie van oude
gebouwen omdat de reconstructie van 1952-56, de oorspronkelijke
vorm weergeeft.
De
Stoa van Attalos is een gebouw met twee verdiepingen, 116
bij 19,6 meter, met een Dorische rij kolommen op de benedenverdieping
en een Ionische rij kolommen boven, die een balustrade vormen.
De volledige voorgevel is in marmer. De rijen kolommen aan
de binnenzijde van de benedenverdieping zijn even hoog als
deze aan de buitenzijde om de vloer erboven te ondersteunen
maar op dubbele afstand van elkaar en ze zijn Ionisch. De
binnenste rij kolommen op de verdieping hebben kolommen met
palmbladversiering ontwikkeld in Pergamum. Er is een rij kamers
achter de kolommen rijen op elke verdieping. De details ervan
zijn minderwaardig in vergelijking met de vormen van de klassieke
Atheense architectuur maar veel belangrijker is de manier
waarop Stoa’s werden gebruikt
om de Agora, volgens een welbepaald plan, af te sluiten.
De
Stoa van Attalos geeft onderdak aan het museum van de Oude
Agora. Lees hierover meer op de museum
pagina’s van Athens Info Guide. 
Het
Bouleuterion
Achter
de Tholos stond de vergaderzaal, of Bouleuterion, van de (gemeente)raad.
De raad (Boule) van 500 , 50 leden willekeurig gekozen uit elke
stam, bereidde de te bespreken zaken voor de vergadering voor.
Spreken in het Bouleuteron werd afgemeten door water dat uit een
kleien pot liep. Een dergelijk pot werd ter plaatse gevonden.
De
raad kon geen beleidsbeslissingen nemen. Die rol was toebedeeld
aan de vergadering van alle volwassen burgers. Alle stamvertegenwoordigers
in de raad dienden als Prytane (minister) gedurende 1/10 van het
jaar.
De
Bouleuterion stond achter de heilige Stoa en was goed beschermd.
De zaal had rijen aan de zijkanten zodat 650 mensen konden plaatsnemen.
Er was een bijkomende rij zitplaatsen voor bezoekers. Aan een
kant waren er twee poorten en een altaar in het midden van de
kamer diende voor offergaven aan de goden. Het dak was met hout
afgedekt. Met 20 bij 21 meter, had het bijna een vierkante vorm.
De
Tholos
Aan
de westkant van de Agora stonden een aantal publieke gebouwen.
In de zuidwestelijke hoek stond de Tholos, een rond gebouw dat
waarschijnlijk diende als kantoor voor de Prytaneis, de groep
van 500 raadsleden die steeds beschikbaar waren voor publieke
zaken.
Eén
derde van de senatoren sliep ook in het gebouw zodat ze steeds
aanwezig waren voor noodgevallen. In de Tholos werden eveneens
de officiële maten en gewichten van Athene bewaard. 
Watersysteem
Doorheen
heel de Agora zie je tal van voorbeelden van het oude watersysteem
van de stad. Bronnen aan de voet van de Akropolis zorgden voor
water. Verschillende segmenten van waterpijpen die in elkaar passen
en gemaakt uit klei, kunnen nu nog steeds bewonderd worden. 
Het
Odeion van Agrippa
In
het heilige deel van de Agora vind je de resten van het Odeion
van Agrippa, eerst gebouwd in de eerste eeuw VC, herbouwd en uitgebreid
doorheen de 5e eeuw AD. Het werd in 15 VC door Agrippa gebouwd
en het bestond uit een auditorium met zitplaatsen voor ongeveer
1.000 mensen alsook een zuilengang met twee verdiepingen. Een
brand vernielde het in 267 AD en rond 400 AD werd het lyceum om
deze plaats gebouwd. De noordzijde was versierd met vier grote
beelden van reuzen en Tritonen die op een enorm voetstuk, gered
uit de overblijfselen van het Odeion, stonden. 
Het
standbeeld van Hadrianus
Een,
iets groter dan levensgroot, standbeeld van de Romeinse Keizer
Hadrianus (117-134 AD) stond in het oostelijk deel van de Oude
Agora, gericht naar de regeringsgebouwen in het westen. Hadrianus
was een grote liefhebber van de Griekse cultuur en hij herbouwde
en voegde heel wat bouwwerken toe aan Athene.
Dit
standbeeld stond eerst in de Stoa van Zeus. Het borststuk dat
hij draagt wordt cuirass genoemd. Let op de kinderen Romulus en
Remus die door de wolf gevoed worden. Romulus en Remus waren een
legendarische tweeling die, na verlaten te zijn, door een wolf
werden grootgebracht en die de oprichters waren van de stad Rome.
Op deze manier werd de herinnering aan (de oprichting van) Rome
levendig gehouden.
Athena,
de godin van Athene, staat bovenop de wolf wat aangeeft dat Hadrianus
Rome als ondersteuning van de Griekse cultuur beschouwde. 
De
Peribolos
De
Peribolos, van de gelijknamige helden, had beelden van de patroonhelden
van elk van de tien heersende stammen in Athene. De beelden zijn
er niet meer maar het voetstuk van het monument werd deels herbouwd.
Het was op dit voetstuk dat publieke mededelingen werden gehangen.
Deze mededelingen bevatten onder andere wetten die door de raad
van 500 werden voorgesteld. Het monument staat ten oosten van
de Metroon, dus recht tegenover de regeringsgebouwen. 
De
Panatheense weg
De
Heilige of Pantheense weg doorkruist de Agora. Het is de weg die
ook de Panatheense processie gebruikte om Athena te eren. Deze
processie startte aan de Dipylon poort van de stadsmuren om door
de Agora naar de Akropolis te gaan om er, in het Erechteion, een
nieuwe peplos (mantel) aan het oude beeld van Athena aan te bieden.
Het
Agoramuseum
De
Stoa van Attalos werd ontdekt bij de opgravingen die door
de Griekse Archeologische Vereniging tussen 1859 en 1902 gedaan
werden. Het werd herbouwd in 1953-56 om er de vondsten van
de Agora in onder te brengen. In 1957 nam de Griekse staat
de verantwoordelijkheid over voor de administratie en de veiligheid
van het museum en de archeologische site.
De
lijst van de verzameling die je er kan bewonderen, zou veel
te lang zijn om hier op te noemen, dus is het aangeraden een
kijkje voor jezelf te gaan nemen. Een paar voorwerpen die
meer dan het bekijken waard zijn, willen we je echter niet
onthouden. De Aryballos is een vaas in de vorm van een knielende
jongen. Deze figuur stelt een atleet voor die een lint, een
teken van overwinning, rond zijn hoofd bindt. Een bronzen
hoofd van Nike (victorie) dat vroeger bedekt was met lagen
goud en zilver en waarvan de ogen werden ingezet en zeker
het beeld van de gevleugelde Nike. Dit laatste stond vroeger
voor de Stoa van Zeus Eleutherios. Het kolossale heiligenbeeld
van de god Apollo is het werk van de befaamde beeldhouwer
Euphranor. Ook het bronzen Spartaans schild met inscriptie
is de moeite waard. Het is een trofee die door de Atheners
werd meegenomen na hun overwinning op de Spartanen in 425
VC in de slag om Sphacteria.
Moord
in de Agora
Gewoonlijk
beheerste politieke moorden de gebeurtenissen in de Agora maar
op een dag in 513 VC, toen Athene geregeerd werd door de tiran
Hippias, leidde seksuele jaloersheid, persoonlijke belediging
en politieke samenzwering tot een gebeurtenis waarvan de Atheners
geloven dat het een keerpunt in hun geschiedenis is.
Harmodios
was een knappe jongeman die door een oudere man, genaamd Aristogeiton,
geliefd werd. Er kwamen problemen toen Hipparchos, de broer van
de tiran Hippias, seksuele toenadering tot Harmodios zocht. Deze
laatste wees Hipparcos af. Aristogeiton werd woedend en jaloers
en hij besloot de tirannie omver te werpen. Intussen wilde Hipparchos,
die een tweede keer door Harmodios was afgewezen, wraak nemen.
Hij nodigde Harmodios’ kleine zus uit om een mand te dragen
in een godsdienstige processie (een grote eer) en zei daarna dat
hij haar nooit uitgenodigd had omdat ze onwaardig was. Aristogeiton,
ondersteund door Harmodios en anderen die de tirannie haatten,
besloot Hippias te vermoorden op de dag van de grote Panatheense
processie maar, toen ze een van hun samenzweerders in de pottenbakkerswijk
buiten de stad (Kerameikos) met Hippias zagen praten, dachten
Aristogeiton en Harmodios dat hun plan verraden was. Ze liepen
de Agora in en vermoordden Hippias’ broer Hipparchos nabij
een heiligdom met de naam Leokoreion. Beide geliefden werden daarop
door de wachters van Hippas gedood.
Zo
goed als onmiddellijk werden Aristogeiton en Harmodios legendarische
helden en ze werden geëerd als tiranslagers omdat vele Atheners
(verkeerdelijk) geloofden dat Hipparchos een tiran was op het
ogenblik dat hij vermoord werd. De moord betekende niet het einde
van de tirannie (die nog 3 jaar verder ging) en ze bereikte enkel
dat Hippias en zijn oudere broers kwaad gemaakt werden. Als gevolg
van de moord werd Pippias paranoïde en hij liet veel burgers
doden. In de Agora werden standbeelden van Aristogeiton en Harmodios
geplaatst. De originelen werden later door de Perzen meegenomen
in 480 VC maar ze werden kort daarop vervangen door nieuwe standbeelden.
Het
altaar van de Twaalf Goden
In
het noorden van de Agora stond het vierkantige altaar van
de Twalf Goden omgeven door een peribolos muur (een muur die
heilige plaatsen omsloot).
Het
werd ontdekt door een inscriptie op een marmeren voetstuk dat
gevonden werd aan de westkant van de peribolos muur. Het oorspronkelijke
altaar werd in 522-21 VC door Peisistratos gebouwd en het werd
herbouwd in 425 VC als gevolg van de schade die het geleden had
tijdens de invasie van de Perzen in 480/79 VC. Het altaar werd
gebruikt als centraal punt om wegafstanden te meten. Vanaf de
5de eeuw VC werd het altaar toegewijd aan de godin van het medelijden,
waarschijnlijk omdat de omsloten plaats diende als toevluchtsoord.
Een rond marmeren altaar uit de 4de eeuw VC, stond mogelijk ook
in het heiligdom. 
De
Aggi Apostoli kerk
De
Aggi Apostoli kerk of kerk van de Heilige Apostelen, is een van
de oudste christelijke kerken (begin 11de eeuw AD) in het gebied
van de Griekse Oude Agora in Athene. Je vindt deze kerk iets ten
zuiden van de Stoa van Attalos aan een van de twee ingangen van
de Agora. De kerk heeft vier beuken en een portaal en het laagste
deel van de muren is gebouwd met grote stenen blokken. Het bovenste
deel is uit metselwerk afgelijnd met bakstenen. 

|